Turbo modificatie.

Waarom wijzigen in een nieuwe (of gebruikte) detector?
Hij lijkt inderdaad absurd; een splinternieuwe detector modificeren; heeft de fabrikant dan iets fout gedaan?
Nee hoor, integendeel; Turbo kan alleen in kwalitatief hoogwaardige detectors.
De fabrikant heeft alleen wel een andere filosofie over hoe de ideale detector moet zijn, zijn product moet immers over de gehele wereld worden verkocht, en op de meest extreem afwijkende grondsoorten goed voldoen.
En alle landen zijn minder dichtbevolkt dan Nederland, en hebben dus meer zoekterreinen die slechts matig of zelfs geheel niet zijn afgezocht door detectoramateurs.
Het streven naar maximaal dieptebereik is voor die wereldwijd opererende fabrikant dus minder belangrijk dan algehele stabiliteit en goede discriminatie-eigenschappen.

Wij echter in ons overbevolkte landje krijgen niet zo vaak meer "maagdelijk" terrein onder onze zoekschotel, en wordt dieptebereik een belangrijke voorwaarde om weer met voldoende vondsten thuis te komen.
Daarbij komt dat de bodems binnen Nederland weliswaar verschillen, maar lang niet zo extreem als de verschillen die wereldwijd kunnen worden aangetroffen.

Modificeren= fijntunen
Je kunt dus stellen dat je voor typisch Nederlands gebruik een detector kunt fijntunen, zodat hij beslist beter presteert dan de originele fabrieksuitvoering.
En dat is nu precies wat we doen; we optimaliseren de detector voor gebruik in Nederland.
De White's Classic familie leent zich uitstekend voor een dergelijke aanpassing omdat het van huis uit een goed ontwerp is met hoogwaardige componenten.
Als je met name de gevoeligheid of diepgang van een detector drastisch wil verbeteren moet je de inwendige versterking in de ontvanger van de detector flink verhogen, om een duidelijker signaal te krijgen op vage, diepe doelen.
En daarmee versterk je meteen ongewenste stoorsignalen die in de componenten zelf ontstaan, zoals de eigenruis.
Je kunt dus slechts tot zekere mate de ontvangergevoeligheid verhogen, zonder ongewenste bijwerkingen te krijgen.
De op deze wijze maximaal haalbare dieptewinst wordt bij de meeste detectors beperkt tot zo'n 10 tot 15%.
Wil je meer diepte dan zul je ook de zender moeten aanpakken, krachtiger maken dus.
Want, hoe krachtiger het zendersignaal, hoe duidelijker de echo van het doelobject wordt.
We komen ook daar een beperkende factor tegen; de maximale energie die je aan je batterijen of accu wil onttrekken.
Je wil immers wel een hele zoekdag kunnen maken zonder accuwissel.

Turbo
Beide hierboven omschreven methoden worden in onze Turbo modificatie toegepast.
De ontvangergevoeligheid is verhoogd, en het zendvermogen kan met een schakelaar worden omgeschakeld naar viervoudig vermogen.
Tevens wordt een knop toegevoegd voor handmatige grondbalanscorrectie, hierover straks meer.
De totale dieptewinst die op deze wijze wordt bereikt ligt tussen de 25 en 35%.

Moeilijkheden bij streven naar grotere zoekdiepten
Je zult je misschien afvragen hoe het komt dat een detector maar 30% dieptewinst laat zien als je de elektronica met ruim een factor 8 verbetert? Waarom gaat de machine dan niet 8x zo diep?
Welnu, het zendersignaal dat naar je doel reist, heeft een kwadratisch verlies per afstand; verdubbel je dus de afstand, dan wordt je elektromagnetisch veld 2x2=4 keer zwakker.
Maar! Let op! Ook het echootje dat van het doel terugreist loopt kwadratisch verlies op!
Bij verdubbeling van afstand wordt zowel het heen- als het terugsignaal een factor 4 zwakker.
En omdat 4x4 nog steeds 16 is blijkt je echootje 16x zwakker als je het doel 2x diep legt....
Je zou dus je detector een factor 16 moeten verbeteren om echt 2x zo diep te gaan.
Nou, dat kun je dus simpelweg vergeten; 8x verbetering van gevoeligheid is echt wel het maximum dat met redelijke middelen haalbaar is.

Nog meer moeilijkheden bij zoeken op grotere zoekdiepten
We zijn er nog niet, er zit nog een addertje onder het gras!
Stel nou eens voor het gemak, dat je inderdaad een detector kunt opvoeren zodat hij 2x zo diep gaat.
Wat gebeurt er dan precies?
Ok, hij gaat 2x zo diep in de verticale dimensie Z, maar ook in beide horizontale dimensies X en Y!
Dus zowel in de X, Y als in de Z richting wordt 2x zoveel grondeffect gemeten.
2x2x2=8, (ook in Beuningen) dus die 2x zo diep zoekende detector "ziet" 8x zoveel bodemmineralisatie, en 8x zoveel spijkers (ijzermaskering).
Je kan dus gewoon stellen dat het 8x zo lastig wordt om 2x zo diep te kunnen zoeken...
LET WEL: Dit geldt dus niet alleen voor een Turbo machine, maar voor ALLE diepzoekende ontwerpen.

De praktijk
In de praktijk is de dieptewinst domweg beperkt tot zo'n 30%, en dat is al moeilijk genoeg.
Het vergt alles mogelijke van de techniek, en het vergt enige zoekerservaring om daar goed mee om te gaan.
Om makkelijke bodems, zoals bosgrond, is 30 to 35% winst gewoon haalbaar, omdat daar meestal de vervuiling en mineralisatie meevalt.
Tevens moet je door een humuslaag van 15 tot 20 cm om in de echte -oudere- bodem te kunnen meten, dus juist daar is een Turbo hard nodig.
Op zoetwater stranden kom je krankzinnig diep, op zoutwater stranden zul je gas moeten terugnemen.
Zo ook op de gemiddelde akkers; 15 to 20% dieptewinst is daar meestal het maximum.
Uit bovenstaande wordt ook meteen duidelijk waarom we een handmatige grondbalanscorrectie toevoegen aan een Turbo detector; hoe meer bodemeffecten de detector ziet, des te belangrijker wordt het dat de machine daar heel precies op staat ingeregeld, zodat daar minimaal last van wordt ondervonden.

Conclusie:
We mogen ronduit concluderen dat Turbo zeker zinnig is indien een wat meer geoefende detectoramateur meer diepte wil, vooral als hij of zij regelmatig met volle sensitivity zoekt.
Het haalt gewoon alles uit je detector wat er uit te halen valt, en verschaft -afhankelijk van de bodemeigenschappen- een respectabele diepte. (Een mooi voorbeeld is een duit op 38cm diepte tijdens een demo in rivierklei)
Het vergt echter wel wat handigheid van de gebruiker, ik vergelijk het altijd met het rijden op een flink opgevoerde bromfiets. Bouw het rustig op, en op moeilijker bodems zet je de Turbo gewoon even uit. Gun jezelf de tijd om er goed mee om te gaan, en je wordt beloond met vondsten die eerdere collega's gewoon hebben laten liggen...