|
Een doorsnee detectoramateur.
Het volgende verhaal is van
Wouter.
Wouter zoekt nu sinds jaren met een White's detector, evenals zijn
zoekmaat Piet.
De op deze pagina getoonde vondsten stammen alle van Wouter en Piet.
Ik heb het tweetal moeten
beloven dat ik niet zal prijsgeven waar hun "jachtgebied" is.
Ik vertel het dan ook alleen maar tegen betaling...
Piepen op een akker.
Ik zal mij eerst even voorstellen. Ik ben Wouter en zoek al een aantal
jaren met mijn metaaldetector in de Betuwe. Toen ik een jaar of elf was
kocht in mijn eerste metaaldetector. Dat was een tweedehandsje. Ik zal
eerst maar bij het begin beginnen.
Bewerkte pijpenkop.
Hoe het begon:
Toen ik in groep 5 van de basisschool zat kwam er een nieuwe jongen in de
klas. Zijn hobby was het zoeken naar pijpenkoppen. Het leek mij wel een
aardige hobby, maar ik zocht zelf nog niet. Totdat wij een keer in de tuin
aan het voetballen waren. De bal vloog over de muur en kwam op een akker
achter het huis terecht. Tot onze grote verbazing lagen er heel veel
scherven van porselein, er lagen ook pijpenkoppen. Sindsdien zochten wij
er iedere week en we vonden op die akker heel veel pijpfragmenten en we
konden zelfs enkele kopjes van kinderservies aan elkaar lijmen. Dit zoeken
hebben we heel lang volgehouden en toen ik op school ook nog eens een
spreekbeurt meemaakte van een meisje dat vertelde over de metaaldetector
van haar vader was ik helemaal verkocht. Ze liet onder andere zilveren
theelepeltjes zien. Na veel gespaard te hebben kon ik mijn eerste
metaaldetector kopen. Dat was al een paar jaar na de ontdekking van de
akker. Vol trots liet ik de detector zien aan een tante uit het dorp en
daarna ging ik zoeken op een oud laantje. Het eerste wat ik vond was een
stuk lood. Verder niets. Het zou echter niet alleen bij dat stukje lood
blijven.
Het zoeken:
Nadat ik niet veel op het laantje had gevonden ging ik op de akker achter
het huis zoeken. Ik moest nog veel leren. Ik kende niemand anders met een
metaaldetector in de buurt en het enige wat ik had was een handleiding.
Toch had ik veel goede moed, want op de akker had ik bij het zoeken naar
pijpenkoppen ook al enkele duiten en centen gevonden en op die leeftijd
vind je zoiets toch prachtig? Het zoeken viel in eerste instantie tegen.
Ik ontdekte al gauw dat je veel geduld moest hebben en dat je ook veel
rotzooi moest opgraven. In het begin vond ik niet veel. Ik ontdekte al
gauw dat ervaring heel belangrijk is.
Wouter & Co. (niet Piet!)
De vondsten:
Langzaam maar zeker vond ik steeds meer. Ik vond centen uit de vorige
eeuw, duiten uit 1700, vingerhoedjes, musketkogels, oude knopen en gespen,
muntgewichtjes en nog veel meer. Ik kwam in contact met iemand anders die
ook regelmatig op die akker zocht en het viel mij op dat hij iedere keer
meer dan ik vond. Toch hoefde ik zelf niet over mijn vondsten te klagen.
Op een gegeven moment vond ik zelf zilveren dubbeltjes van Wilhelmina, en
bezemstuivers uit de zeventiende eeuw. Vreemd genoeg was haalde die andere
man zulke dingen nooit uit de grond. Ik was erg trots op mijn verzameling
die nu niet alleen uit pijpenkoppen, maar ook uit metalen voorwerpen
bestond. Ik kwam een keer een mooie vitrine tegen die ik kocht en daar
legde ik mijn vondsten in.
Ommekeer:
Ik zocht vooral op die ene bewuste akker. Er is ook een
kasteelruine in de buurt van mijn woonplaats, hier zocht ik nooit omdat ik
de grond zo hard vond om in te graven. Bovendien had ik gehoord dat er al
door heel veel andere mensen was gezocht. Toen de kasteelgracht werd
uitgebaggerd en de bagger vlak bij ons huis werd neergegooid ging ik er al
gauw met een vriendje kijken. We konden nog niet op de bagger lopen, omdat
je er anders in zou wegzakken en dus liepen we eerst alleen maar op de
dijk die de bagger tegenhield. Mijn vriendje liet mij iets zien, een
cilindervormig voorwerp. Het bleek een kogelpunt te zijn. Ik was toen een
jaar of elf en wist nog niet zo gauw de link te leggen tussen de kogelpunt
en het kasteel dat in de oorlog tot een ruïne vernietigd was. Iets wat
gauw zou veranderen. Toen de bagger was opgedroogd gingen we er op lopen.
We zochten eerst zonder metaaldetector. Een poosje later nam ik toch maar
mijn metaaldetector mee en ging zoeken. Ik had al gauw beet! Het waren
geen munten, maar twee Duitse eitjes (eivormige handgranaten). Nadat we de
politie hadden gebeld kwam die kijken. Toen een van de agenten puur
toevallig mijn detector voor de deur zag liggen werd hij kwaad uit
ongerustheid en hij vertelde mij dat ik voor dit terrein een ontheffing
moest hebben om te zoeken met mijn metaaldetector. Als ik nog eens betrapt
werd als ik zocht was ik het apparaat kwijt. Sindsdien durfde ik daar niet
meer te zoeken met mijn metaaldetector. Nadat ik met mijn vader had geïnformeerd
over de ontheffing bleek dat je die niet zo makkelijk kreeg. Na heel veel
moeite en door gelukkige omstandigheden kreeg ik een hele tijd later als
een van de weinigen een ontheffing. Ik ging weer vol goede moed zoeken. Ik
moest niets van dat levensgevaarlijke oorlogstuig hebben. Behalve dat
oorlogstuig had ik tussen de bagger trouwens ook een 1/20e Filipsdaalder
van Filips II uit 1596 gevonden! Ik keerde weer snel terug naar de akkers.

Gouden 14-karaats
zegelring, gevonden met metaaldetector, die na 68 jaar weer bij de
oorspronkelijke eigenaar terechtkwam.
Andere akkers:
Op de akker waar ik eigenlijk altijd zocht werd de spoeling steeds dunner.
Ik zocht er heel vaak en vond zelf twee Romeinse munten, waaronder een
denarius van Faustina II uit 175 na Chr. Ik had heel vaak last van storing
van mijn detector. Dit werd ik uiteindelijk spuugzat en ik besloot een
nieuwe metaaldetector te kopen bij Wil Hofman, de dichtstbijzijnde dealer
van detectors in de buurt. Het werd een koop waarvan ik geen spijt heb
gehad. Sindsdien vond ik steeds meer en oudere dingen. Ik kwam in contact
met iemand die vooral naar Romeinse en Vroeg Middeleeuwse metalen
voorwerpen zocht.Toen ik al zijn gevonden Romeinse mantelspelden (fibulae)
en munten zag sloeg bij mij de vlam meteen over. Sindsdien ligt hier mijn
interessegebied en zoek ik vooral naar dit soort voorwerpen. Ik ontdekte
andere akkers waar al heel vroeg bewoning moet zijn geweest. Op een van
die akkers vond ik tot twee keer toe niets. De derde keer vond ik een
denarius uit de Romeinse Republiek uit 82 voor Christus!! Ik heb geleerd
dat doorzettingsvermogen beloond wordt. Ook heb ik geleerd dat het
belangrijk is om rustig te zoeken, je laat al gauw een fibula-fragment of
Middeleeuwse munt liggen. Langzaam maar zeker groeide mijn verzameling van
Romeinse en Vroeg Middeleeuwse voorwerpen. Ik heb nu een Romeinse ring met
een steentje erin waar figuren op staan afgebeeld, mantelspelden in
verschillende soorten en maten (bijvoorbeeld boogfibula's die! uit een
draad werden gebogen en die veelal door Romeinse soldaten gedragen werden,
evenals twee fibulae in de vorm van een valk uit de Merovingische tijd).
Ook heb ik veel munten gevonden, zoals een gehalveerde as (=Romeinse
bronzen munt) van Augustus en een Keltische munt van de Nervii. Na zulke
vondsten wordt de hobby wel verslavend, ik zoek al gauw vijf tot zeven uur
in de week. Nadat ik deze hele oude vondsten heb gedaan ben ik ook in
contact gekomen met Rijksmuseum het Koninklijk Penningkabinet en de
Rijksdienst voor Oudheidkundig bodemonderzoek (R.O.B.). Met een
formuliertje meld ik de voorwerpen bij de R.O.B. aan, de munten laat ik
door het Penningkabinet onderzoeken. Op deze manier krijg je interessante
informatie over de door jouw gevonden munten of andere voorwerpen en lever
je een bijdrage aan de wetenschap. De voorwerpen blijven gewoon jouw
eigendom. Iets wat ik zelf ook interessant vind is het helpen bij
opgravingen. Zo kan je als amateur-archeoloog met de professionele
archeoloog in contact komen en zo kan bovendien je kennis van voorwerpen
toenemen. Soms is het ook mogelijk om te helpen met je detector: je moet
de vondsten dan wel afstaan.
Zoeken op verzoek:
Ik zoek ook wel eens op verzoek. Iedere zoeker krijgt hier wel eens mee te
maken. Zo heb ik eens voor een meisje een verloren gouden ring moeten
opsporen. Het is leuk om mensen zo blij te zien als je de ring gevonden
hebt. Daarnaast heb ik de schroef van een kruiwagenwiel opgespoord. Ik
vond tijdens het zoeken een duit. Die heb ik aan die mensen gegeven. Je
kan mensen op zo'n manier een groot plezier doen. Een andere keer werd mij
gevraagd om een hoop grond af te zoeken die van een kasteel afkomstig was.
Ik vond veel dingen uit de oorlog, zoals twee helmen en een gasmasker,
maar ik vond ook dingen van het kasteel. Zo vond ik twee zilveren
theelepeltjes. Toen ik ze aan de man die mij gevraagd had liet zien bleek
dat ze van het kasteel afkomstig waren. Hij stamde af van de familie die
het kasteel bewoonde en had thuis een pot met precies dezelfde
theelepeltjes staan. Hoe ze in de gracht terecht zijn gekomen is een
raadsel. Ik vond ook een klokgewicht in de originele goudkleur en
versierde delen van een gietijzeren hek. Misschien komt er in de toekomst
een museumpje voor deze vondsten.
Zoeken langs de
rivier:
Sinds kort zoek ik langs de rivier. De eerste keer vond ik een duit uit
Zwolle uit de 17e eeuw en die keer daarop vond ik in relatief korte tijd
visloden, een leeuwencent, een oorlogscent en een stuiver uit 1909. De
rivier blijkt een veelbelovende vindplaats te zijn. Je kan er helaas lang
niet altijd zoeken.
Bijvondsten:
Behalve metalen voorwerpen kan je ook allerlei andere dingen tegenkomen
als je zoekt met een metaaldetector. Als je een beetje op de grond kijkt
kom je bijvoorbeeld kleiknikkers, een benen mesheft, een benen
dominosteentje, scherven uit de late IJzertijd, Romeins luxe-aardewerk
(Terra Sigillata), en fragmenten van Keltische armbanden en kralen tegen.
Soms is het verbazingwekkend hoe goed de bodem conserveert: ik vond eens
op een halve meter diepte een groot cilindervormig koperen voorwerp waar
allemaal stukjes papier aan zaten. In de cilinder zaten oude batterijen.
De stukjes krant bleken uit de Tweede Wereldoorlog te komen. Er zaten ook
stukjes van een landkaart van de omgeving van Potznan in Polen bij. Na
meer dan vijftig jaar kan papier in een vochtige grond nog goed blijven!!
Duitse helm.
Waar niet te zoeken:
Na verloop van tijd heb ik geleerd dat je beter maar niet op bepaalde
plekken kan zoeken. Terreintjes waarvan je weet dat er zwaar gevochten is
in de oorlog kan je beter maar mijden. Je kan beter maar niet, zoals mij
eens overkwam, op een PIAT-raket stuiten die vervolgens door de
Explosieven Opruimingsdienst (E.O.D.) wordt opgehaald en opgeblazen. Als
je een keer ziet hoe de E.O.D die granaten opblaast blijf je voor eens en
altijd uit de buurt van die terreintjes. Voor hetzelfde geldt vlieg je
zelf in de lucht. Ook kan je maar beter niet zoeken op opgravingen of
archeologische monumenten. Het is wettelijk verboden en bovendien kan je
voor de archeoloog belangrijke (grond)sporen uitwissen.
Tot zover Wouter. Alle
getoonde voorwerpen zijn door Wouter en zoekmaat Piet gevonden. Inmiddels
hebben zij een goed gevulde vitrine met soms echt opzienbarende vondsten.
Heren, bedankt voor
jullie inzending!
|